Nakomelingen Heijndrick Bijvoets


November 2007 maakten we kennis met Caspar Bielok die ons gegevens verstrekte van een zeer oude familietak met als stamvader Geeraert Bijvoet, geboren rond 1580. Dit keer woonde de stamvader helaas niet in Neerpelt, maar in 's Gravenmoer, een plaatsje gelegen nabij Sint Geertruidenberg aan de Biesbosch. In dit artikel zijn de diverse aktes opgenomen rond de familieleden in  deze stamboom. Deze bevinden zich tegenwoordig in de archieven van Tilburg. Bij bestudering van deze aktes stuitte we op de vader van Geeraert Bijvoets, zodat we over konden gaan tot publicatie van de stamboom van Heijndric Bijvoets (zie B3 van onze website).


 

s' Gravenmoer - Roosendaal

 

Via Caspar Bielok kwamen we op het spoor van een zeer oude familietak waarvan de stamvader rond 1590 woonachtig was in s'Gravenmoer. Zijn enige zoon Cornelis trok naar Halsteren bij Bergen op Zoom en zijn nakomelingen zijn weer voornamelijk in Roosendaal terug te vinden.

 

Waarschijnlijk niet goed opgelet op school, want geen idee waar s'Gravenmoer te vinden is. Een zoektochtje op Internet leverde de volgende landkaartjes op.

 

    

Landkaart s'Gravenmoer in 1600                     Landkaart s'Gravenmoer in 2007

 

(Wilt u de landkaarten wat nauwkeuriger bekijken, klik dan op de afbeeldingen)

 

's Gravenmoer is gelegen aan de beek De Donge die bij Geertruidenberg uitmondt in het oostelijk puntje van De Biesbosch. In het verleden had 's Gravenmoer dus nog een haven die in open verbinding stond met de zee.

Opvallend is dat in 1600 op de kaart de dorpen 's Gravenmoer en Tilburg van dezelfde grootte waren en vermoedelijk ook van even grote betekenis. Op de tegenwoordige routeplanner wordt s'Gravenmoer nog slechts als een vlekje aangegeven.

 

De gegevens van onze familie zijn vooral te vinden in aktes van de Schepenbank van 's Gravenmoer en Geertruidenberg. De aktes worden bewaard in het archief van Tilburg.

 

 

'nije leer

 

 

De meeste familieleden zijn "van huis uit" Rooms Katholiek, voornamelijk vanwege hun herkomst uit Neerpelt. Alhoewel geheel Brabant overwegend Rooms Katholiek is, vormt het dorp 's Gravenmoer hierop een uitzondering.

 

Al in 1308 was op gezamenlijke kosten van Brabant en Holland een veenkanaal gegraven om de uitvoering van de ontginning mogelijk te maken en tevens om de turf af te kunnen voeren. De handel in turf was in de eerste tijd de voornaamste bron van bestaan voor de inwoners van .s Gravenmoer. later kwam daar de handel in hooi en rijshout bij. Om alle produkten uit het moer te kunnen vervoeren was men op de scheepvaart aangewezen. Daardoor beschikte 's Gravenmoer op den duur over een vrij groot aantal turfaken of Geubels, die op de eigen scheepswerf in de haven gebouwd werden.

 

Doordat 's Gravenmoerse schepelingen overal kwamen, werd hun gezichtsveld wat ruimer dan dat van de meeste dorpelingen uit de omgeving. Zo maakten ze in de zestiende eeuw al snel met de reformatie kennis. Zij brachten de 'nije leer' mee naar hun dorp. Dat had uiteindelijk tot gevolg dat de meerderheid van de bevolking protestant werd.

 

Er wordt zelfs beweerd dat op een gegeven moment de pastoor met zijn gehele parochie protestant werd. In 1610 kwam de eerste predikant in 's Gravenmoer. En heden ten dagen is 's Gravenmoer nog steeds overwegend protestant: er is een hervormde, een gereformeerde en een christelijk gereformeerde kerk.

De katholieken die er wonen gaan in het nabij gelegen Dongen of Waspik ter kerke. In de Franse tijd werd de Langstraat, waar 's Gravenmoer ook bij hoort, bij Brabant ingedeeld.

En zo is 's Gravenrnoer dan nu met recht een protestantse enclave in het katholieke Brabant.

 

Op den duur raakte het gehele moer ontgonnen. Uiteraard kwam er toen een eind aan de turfhandel en later ook aan de hooi- en rijshouthandel. Daardoor verdween ook de scheepvaart geheel uit het dorpsbeeld. En de haven waaraan de scheepswerf lag werd in 1950 gedempt. In het begin van deze eeuw bedreven veel vrouwen en meisjes nog het kantklossen. Verder was er nog wat schoenindustrie, evenals elders in de Langstraat. Er is veel verdwenen, maar de oude turfvaart met zijn aantrekkelijke bruggen herinnert nog aan de tijden van weleer. 's Gravenmoer gelegen in een polder aan het riviertje de Donge, te midden van veel groen, is na een nogal eens rumoerige en afwisselende geschiedenis, nu een mooi en vredig dorp.

 

Bron: http://www.s-gravenmoer.nl/

 

Uit de hiernavolgende aktes is de stamboom opgebouwd met als stamvader Heijndrick Bijvoets. De doopgegevens zijn daarbij voornamelijk afkomstig uit de doopregisters van de Nederlands Hervormde kerken.

 

Om de plaatsen genoemd in de akte enigszins thuis te kunnen brengen hierbij nog een stukje van de kaart van Noord-Brabant uit de Bos Atlas.

 

  Enigszins moeite met lezen, klik op de kaart

 


Akte 1593

 

Geertruidenberg Schepenbank

1593 oktober 8 - R. 16, fol. 9r

 

Akte van overdracht door Geeraert Henricxz. van 's Gravenmoer, als man van Adriaentken Aertsdr. van Bergen, aan Henrick Beijermans van Weert, lakenkoper, van 1/6 part van een huis, erf en toebehoren, gelegen aan de zuidzijde van het merckvelt, te Geertruidenberg. 1

Oost: het huis van Jan van Gesel,

west: het huis genaamd den wilden man,

noord: de Markt en

zuid: strekkende tot de weg aan de stadsvesten.

 

De verkoper aangekomen uit de nalatenschap van de vrouw van Laureijs Wijnants van Bernaigien, moye van zijn vrouw Adriaentken Aertsdr. van Bergen. Belast met 8 gulden jaarlijks op het gehele huis. De koopsom is contant betaald.

 

TOELICHTING

 

Bernaigien is een Belgisch adellijke familie met takken in Breda en Den Bosch. Uitgebreid omschreven in De Nederlandsche Leeuw, het blad van het Koninklijk Nederlands Genealogisch Genootschap, compleet met familiewapen.

 

Moye = moei = tante (ook nicht of schoonmoeder)

 

Merckvelt te Geertruidenberg

Het Rechterlijk archief van Geertruidenberg bevat honderden aktes over het wel en wee van de inwoners van Geertruidenberg. In deze roerige tijden van de 80-jarige oorlog komt men bijvoorbeeld de volgende akte tegen:

1589 juli 5 - R. 14, fol. 12v

Akte waarbij de magistraat van Geertruidenberg, op verzoek van Willem Andriess. van Vucht, die in Geertruidenberg als sergeant van een compagnie voetknechten van kapitein Honnix, Engelsman, gediend heeft, verklaren dat Willem Andriess. ongeveer drie maanden geleden, staande, ten tijde van de reductie van de stad en de belegering door de vijand, In syne wapenen in het midden van het merckvelt, door een kogel van een groff geschoten is geraakt, waarbij hij zijn linkerbeen heeft verloren en hiervoor tot nu toe in Geertruidenberg te meester gaat.

Zie Rechterlijk archief Geertruidenberg Inv.nr.14 (1588, 1589 april-1592 februari)

 

 


Akte 1594

 

Geertruidenberg Schepenbank

1594 februari 9 - R. 16, fol. 22v

 

Akte van overdracht door Gheraert Henricxz., als man van Adriaentken Aerts van Bergen, aan zijn zwager Adriaen Aertsz., van 1/6 part van een erf, met de daarop liggende materialen, van een affgeschoten huis, gelegen aende dortsche poorte, te Geertruidenberg.1

West: de straat,

noord: een erf van Aentken Sijmons,

zuid: een erf van Aentken Maten en

oost: strekkende tot de stadswallen.

 

Aentken Aerts van Bergen heeft het verkregen uit de nalatenschap van de huisvrouw van wijlen Lauwereijs Wijnen van Bernaigien, henne moye.

 

TOELICHTING

 

Uit deze akte is afgeleid dat Adriaen Aerts van Bergen een broer is van Adriaentken.

Voor het familieverband zie ook de akte van 1631.

 

Adriaen van Bergen wordt in de geschiedenis genoemd als de turfschipper van Breda. Het is echter niet de broer van Adiaentken. Het familieverband is hieronder weergegeven:

 

De beroemde Adriaan van Bergen was de zoon van Anna van Bergen en de geschiedenis verhaalt dat hij de bedenker was om een turfschip Breda binnen te smokkelen.

 

 

In februari 1590 werd prins Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen uit Leur. Hij had een plan om de stad in te nemen: als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit naar het idee van het Paard van Troje.

 

Prins Maurits zag wel wat in het idee en liet Johan van Oldenbarnevelt de details rondom de uitvoering regelen. Van Oldenbarnevelt benoemde Charles de Héraugière tot bevelhebber. Op 25 februari 1590 stond De Héraugière samen met 75 man klaar om ingescheept te worden. Adriaen van Bergen had zich echter verslapen en kwam veel te laat opdagen. Besloten werd de volgende dag een nieuwe poging te wagen. Ditmaal zag Adriaen van Bergen de operatie niet meer zitten en trok zich terug. Twee neven waren echter bereid om de taak over te nemen en de manschappen scheepten in. Aanvankelijk verliep de operatie met enkele forse tegenslagen. Door het barre weer duurde het ruim twee dagen voordat Breda bereikt werd. Al die tijd zaten de soldaten in de kou te wachten. Pas op 3 maart 's avonds laat werden de grachten van Breda binnengevaren. Het schip werd door Adriaen van Bergen naar de waterpoort van het Kasteel geloodst. Eenmaal binnen Breda dreigde een ramp: bij een botsing raakte het schip lek en slechts door keihard te pompen werd voorkomen dat het schip zonk. Rond middernacht kwamen de soldaten tevoorschijn uit het ruim. De bezetters van het kasteel werden compleet overrompeld. Ondanks dat ze vijf maal meer mannen hadden, vluchtten de bezetters weg of werden ze gevangen genomen. Andere lezingen van het verhaal zeggen dat het kasteel van Breda op dat moment een minimale bezetting had, omdat de Spanjaarden in de stad carnaval vierden. Op 4 maart trok prins Maurits Breda binnen, waarna de bezetters zich definitief overgaven. De Spanjaarden probeerden direct de stad weer te heroveren, maar door kordaat ingrijpen van Van Oldenbarnevelt, die de stad direct liet bevoorraden, werd dat voorkomen.

 


Akte 1607

 

's Gravenmoer

schepenbank 426 folio 51 - 52, 1607 februari 6

Cornelis Huijbrechts van Dongen, Heijndrick Noerthoijt, Janneken Heijndrick Bijvoets, Gherit Melchior van Wasbeek voogd wezen Gherijt Heijndrick Bijvoets geven over Laureijs Laureijssen den jongen (Rutten) een stuk land op de Vaart.
noord: Jan Peeterss. Rutten noe ux en wezen Adriaen Peeterss. Meijer
zuid: Michiel Rijcken
oost: thol van de Nieuwe Vaart
west: erf van Adriaen Lambrechts (Adriaenssen)
Rente: ½ lopen rogge aan de pastorie van 's Gravenmoer.

 


Akte 1611

 

Schepenbank 's Gravenmoer                      

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie

 

Vaart 3de kwartier

R 192, 1611 oktober 26

Inventaris der nalatenschap van Jan Adriaan Staessen overgeleverd door zijn weduwe Adriaenken Aerts van Bergen.

  1. 6 Geerden hooiland te Waspik en een stede in de Ruijcht.

  2. Huisraad en dergelijke.

  3. Te ontvangen restanten van impostboek en horengelden, “speijboeck”, “drinckschultboeck”.

  4. Jan Heijmans rest van koop van ’t land naast het Meulendijckschen f 84,-, hij heeft betaald f 26,-. Eerste termijn is vervallen bamis 1611.

  5. Jan Adriaen staessen heeft in 1609 de geubels aan de Meulenspeije geteld voor het dorp en moet daarvan nog ontvangen f 22,-.

  6. Te betalen schulden.


Akte 1612

 

Schepenbank 's Gravenmoer                      

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie

 

Vaart 3de kwartier

R 426 folio 283 - 284,1612 februari 8

 

Adriana Aert Adriaenssen van Bergendr weduwe jan Adriaen Staessen en de voogden van het weeskind Adriaen van haar man in eerder huwelijk verwekt aan Anneken Jan Thomas Janssen geven aan (Deling moeder en stiefzoon ieder helft R426 folio 281 - 282, 1612 februari 16) Jan Heijnnenssen een perceel land op de Vaart in de Lange Veertelen.

noord: gebuurdijkje of Meulen dijcxken

zuid: ef van Joachim Dierick Janssen Rijcken

oost: tholle van de Nieuwe Vaart

west: tholle van de Oude Vaart

 


Akte 1630

 

Schepenbank 's Gravenmoer

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie

 

Straat 1ste en 2de kwartier

R 426 folio 672 - 673, 1630 januari22

 

Adriaentien Aerden weduwe Michiel Cornelissen Buijs en voor de zoon van Peeter Aertssen van Bergen ter ene en Grietie Jacobsdr weduwe Jan Aerden van Bergen, hertrouwd met Jan Jansen de Jongh ter andere zijde.

Ter ene krijgt f 427.10.0 waarvoor ter andere goederen mag behouden

 

 


Akte 1631

 

Schepenbank 's Gravenmoer                      

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie                      

 

Straat 2de kwartier

R 427 folio 35 - 36v, 1631 mei 9

 

Deling van de nalatenschap van Jan Aerden van Bergen.

Jan Janssen de Jongh als man van Grietie Jacobsdr, weduwe van Jan Aerden van Bergen heeft uitgekocht de 4 kinderen van Adriaen Aertsen van Bergen en Adriaentien Aerden weduwe Michiel Cornelissen Buijs, die voor ¼ mede-erfgenamen waren.

Goederen te Capelle, Roosendaal en 's Gravenmoer.

Jan Janssen de Jongh q.q.

1) ½ van een lange veertel land binnendijks.

noord: Maijke Peeter Nyclaes Antonissen met andere ½

zuid: kinderen Adriaen Janssen Spranger

oost: Molendijk

west: Gebuurstraat

Belast 't geheel met rente van f 2,- aan Jan Aertsen Buijs te Geertruijdenberg op Lichtmis en 2 lopen rogge aan H. Geest alhier.

2) Een lange veertel land buitendijks op 't Noordeinde gekomen van Jan Secretaris.

noord: jan de Jonghs ander erf

zuid: Sijmen Peeterssen

oost: 'thol der Oude Vaart

west: Gebuurstraat

3) Een lange veertel land gekomen van Peeter Bollen en Cornelis Geeritssen Bol.

Gemaakt bij testament.

noord: Sijmen Peeterssen Bol

zuid: Maijken Corssen

west: Brede Straat

oost: Oude Vaart

4) Een stuk land in de lange Veertelen gekomen van Jacob de Cuijper.

noord: weduwe Cornelis Geeritssen Bol

zuid: jan de Jonghs ander erf

oost: Oude Vaart

west: Brede Straat

Belast met rente van 1 lopen rogge aan pastorie alhier.

Voogd van Maijke Peeter Claes Antonisdr, dochter van wijlen Lijntie Cornelissen.

5) ½ van een lange veertel land binnendijks op 't Zuideinde, waarvan andere ½ aan zuidzijde behoort aan Jan Jansen de Jongh.

noord: ......................

zuid: ........................

oost: Molendijk

west: Gebuurstraat

Rente als voor.

 

Andere erfgenamen waren Huijbrecht Nyclaes Antonissen voor zich en als voogd van Jacobmijne Adriaen Nyclaes (Antonis)dr en Adriaentie Adriaen Nyclaes Antonisdr gehuwd met Steven Huijbrecht Adriaen Clauwaerts en Anneken Antonis Huijbrechs.

 


Akte 1632

 

Schepenbank 's Gravenmoer

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie

 

Vaart 4de kwartier

R 427 folio 42v, 1632 december 29

 

Adriaentie Aerden van Bergen weduwe Michiel Cornelissen Buijs heeft ontvangen voor Pieter Pietersen van Bergen f 318.15.0 als zijn erfportie uit de boedel van Jan Aertesen van Bergen en stelt daarvoor in handen van Jan Jansen de Jongh als man van Grietie Jacobs weduwe Jan Aerden van Bergen voor de tijd van 25 jaar in onderpand.

½ van een stede, huis, hof en erf op de Vaart, dar Mevr. Berck de andere helft van bezit en haar land aan de Zuidzijde over de Leije.

noord: Jan Cornelis Claessen erfgenamen

zuid: Mr. Pauwels van Asperen

oost: 's Gravenduijn en Waspick

west: 'thol der Nieuwe Vaart.

 

I.m. 1643 mei 7: Erfgenamen van Adriaentie voornoemd laten kopers van het onderpand Jan Lodewijckse en Cornelis Willemssen Cnaep een gelijk bedrag van de koopsom onder zich houden tegen penn.16.

 


Akte 1638

 

Geertruidenberg Schepenbank

R 427 folio 97, 1638 november 15

 

Cornelis Cornelissen Buijs te Klein-Dongen verklaart door Adriaentken Aerden van Bergen als laatst weduwe van Michiel Cornelissen Buijs uit de nalatenschap van zijn broer te zijn uitgekocht.

 


Akte 1642

 

Schepenbank 's Gravenmoer

Protocollen van allerhande akten, opgemaakt met de heffing van de collaterale successie                      

 

Vaart 4de kwartier                      

R 427 folio 162 - 163, 1642 januari 11                     

Cornelis Geerits Bijvoets te Roosendaal, het minderjarige wees van Jan Barentssen te Breda wier moeder was Adriaentken Geerit Bijvoets, Marcus Janssen Pharo te Capelle als man van Lijsken Geerits Bijvoets, Marijnis Adriaenssen, ruiter te Breda als man van Corstien Willems en Maeijken, Lijksken en Geerit Willemssen kinderen van wijlen Neeltken Geerit Bijvoets allen als erfgenamen van Adriaentken Aerden van Bergen laatst weduwe Michiel Cornelissen Buijs machtigen Steven Anthonissen Pharo, heemraad alhier en Melchior Schep, schout van Vrijhoeven tot verkoop enz. der nalatenschap.

 


Akte ca. 1650

 

 

Armenarchieven Roosendaal en Nispen

Armenarchief inv.nr. 277

vermelding van : weduwe van Pieter Geertsen Bijvoet

Bron: Inventaris Armenarchief, 1392-1856 (1901) Archief: ABS 103 inventarisnummer

 

Concept van het request van de weduwe van Pieter Geertsen Bijvoet aan schout en schepenen van Roosendaal inzake de bedeling van haar en haar kinderen, ca. 1650.

 

TOELICHTING

Onbekend op dit moment is hoe Pieter Geertsen Bijvoet in de stamboom past.

Logisch zou zijn te veronderstellen dat Pieter Geertsen Bijvoet een zoon is van Geeraert Henricxz. Bijvoets.

 

 


Akte 1657

 

bron: Roosendaal - Rechterlijk Archief inv.nr. 446, fol. 65V-66R datum: 26-03-1657

* personen:

1. Logger, Merten Cornelis - beroep: schipper - woonplaats: Roosendaal

2. Bijvoets, Cornelia Cornelis - relatie: echtgenote

 

aard akte: testament De langstlevende erft alle goederen en na de dood van de langstlevende moeten de goederen gedeeld worden volgens het landrecht.

 


Akte 1689

 

Archief Staten van Zeeland, inv.nr 1677, folio 145r

Datum : 24-9-1689

Verleend octrooi op zaterdag 24 september 1689 Paulus Bijvoets
Betreft : Octrooi tot het snijden van paarden en varkens in het eiland Tholen, samen met zijn zoon Pieter, wonende te Tholen (stad)
 


Akte 1708

 

Gemeente archief Roosendaal
vermelding van : Cornelia Pauluszen Bijvoet erfgenaam
Bron: RA 188, Datum: 21-09-1708
Erflater: naam: Keijsers, Pieter Pietersen
Erfgenamen:

1. naam: Bijvoet, Cornelia Pauluszen, relatie: echtgenote
2. naam: Keijsers, Pieter, leeftijd: 6, relatie: kind
3. naam: Keijsers, Paulus, leeftijd: 3, relatie: kind
4. naam: Keijsers, Govert, relatie: voogd
 


Akte 1719

 

Gemeente archief Roosendaal

verm. in schepenakte op vrijdag 5 mei 1719 Roosendaal
Bron : RA 318 (fol. 46R) 05-05-1719


auctor: Cornelia Pauluszen BIJVOET (echtgenote van David Davidsen VAN HOOF)
destinataris: Willem VAN HEIJST


inhoud : De auctor vest de destinataris in een huisje, hof en erf gelegen over de Hooge Brugge in de Calsdoncksenwegh

belendingen:
noord: Dirck VAN SOEREN;

oost: Corstiaen VAN BEECK erf;

zuid: weduwe Jan MOERMANS;

west: sheeren straat.
De koopsom bedraagt 350 guldens volgens conditie d.d. 24-03-1719.
 


Akte 1737

 

Gemeente archief Roosendaal

verm. in schepenakte
Bron : RA 333 (fol. 64R-65R) 26-11-1737


auctoren:
1. Lijsbeth BOGERTS (weduwe van Willem VAN HEIJST)
2. Cornelia BIJVOETS (eerst weduwe van Pieter KEIJSERS en later van David VAN HOOFF)
destinataris: Cornelis Pietersse VAN EECKELEN


De auctoren vesten de destinataris in:
A: verschillende percelen land in een stede land met een huis, schuur en de verdere timmeragie daarop staande, groot 13 gemeten 47 roeden, gelegen in de Hoecx onder Nispen belendingen:

- noord en oost: Adriaen BUERMANS;

- zuid: MESTRAL uit naam van zijn vrouw;
- west: Heijstraa);
B: een perceel zaai/weideland, groot 7 gemeten 36 roeden, gelegen in het Everlandt belendingen:

- oost: Meertensloop;

- zuid: Adriaen Cornelis COPPENS);
C: een perceel land, groot 2 gemeten 151 roeden, gelegen in het Everlant

belendingen:

- oost: Meertensloop;

- west: straat.


Ingevolge de koopovereenkomst d.d. 07-11-1737 bedraagt de koopsom 600 guldens.
Verwezen wordt naar Schotboek folio 568 ten name van de kinderen van Pietronella Pietersse VAN BREUGEL, dochter van Paulus BIJVOETS.
 


Akte 1737

 

Gemeente archief Roosendaal

verm. in schepenakte op dinsdag 26 november 1737 Roosendaal
Bron : RA 333 (fol. 65R-V) 26-11-1737


auctor: Cornelis Pietersse VAN EEKELEN
destinatarissen:
1. Lijsbeth BOGERTS (weduwe van Willem VAN HEIJST)
2. Cornelia BIJVOETS (eerst weduwe van Pieter KEIJSERS en later van David VAN HOOFF)


De auctor verklaart schuldig te zijn aan de destinatarissen een geldbedrag van 300 guldens, zijnde het restant van de koopsom van voorgaande akte.


Als onderpand dienen de daarbij verkregen onroerende goederen, t.w.:
A: verschillende percelen land in een stede land met een huis, schuur en de verdere timmeragie daarop staande, samen groot 13 gemeten 47 roeden, gelegen in de Hoecx onder Nispen;
B: een perceel zaai/weideland, groot 7 gemeten 36 roeden, gelegen in het Everlandt;
C: een perceel land, groot 2 gemeten 151 roeden, gelegen in het Everlandt.

 

Overeengekomen wordt dat de auctor de schuld van 150 guldens aan de tweede schuldeiser, zijnde Cornelia BIJVOETS, zal betalen aan haar schuldeiser. Hierbij wordt verwezen naar de schuldbekentenis, gepasseerd voor schepenen d.d. 17-04-1722, waarin Cornelia BIJVOETS verklaart 400 guldens schuldig te zijn aan de Diaconiearmen van de gereformeerde gemeente van Roosendaal.

 

In de marge: op 17-11-1738 verklaart Lijsbeth BOGAERTS, weduwe van Willem VAN HEIJST, dat de debiteur Cornelis Pietersse VAN EEKELEN 150 guldens heeft betaald en voldaan. Eveneens op 17-11-1738 verklaart Jacob Johan SWAANS, schepen en diaken, dat de debiteur Cornelis Pietersse VAN EEKELEN 150 guldens heeft betaald aan de Diaconiearmen van de gereformeerde gemeente van Roosendaal. Door deze twee betalingen is de schuld voldaan.

 

 


Om terug te keren naar de hoofdpagina van deze website; klik: Home