![]() |
Op zoek naar mijn Twentse voorouders |
|
|
Een van de emigranten van Neerpelt was Johannes Gerardus Buijvoets. Rond 1800 emigreerde ook hij naar de Noordelijke Nederlanden en koos daarbij als woonplaats Ootmarsum. Deze plaats ligt in Twente; het meest oostelijk deel van de provincie Overijssel. De nakomelingen van Johannes waren minder geneigd te verhuizen, en tot op de dag van vandaag wonen zijn nakomelingen nog in Twente. In de loop van jaren heeft deze familietak aardig wat sporen nagelaten in Twente. Met behulp van familieleden, heb ik een aantal sporen verzameld en met dit artikel gepubliceerd op onze website. Michel Buyvoets (Doetinchem), februari 2004, aangevuld juli 2004 |
||
|
Dit artikel is samengesteld door:
Met dank aan, en bijdragen van:
Dit verhaal speelt zich hoofdzakelijk in Ootmarsum af.
De eetkamertafel ligt bezaaid met fotokopieën van oude akten, vergeelde foto's en oude krantenknipsels wanneer ik met dit verhaal begin. Verhalen van mijn vader in m'n hoofd, boeken over Ootmarsum (of Oatmössche zoals ze in Twente zeggen) en haastige aantekeningen gemaakt op een blocnote completeren het geheel. Ik ga proberen een klein deel van de geschiedenis van de Buy(ij)voetsen (zoals u hier zult zien is men ook in Twente niet altijd consequent met de y en ij omgegaan) uit Ootmarsum op papier te zetten, zeker niet volledig, maar toch, het is een begin.
Wie wil corrigeren of aanvullen is hierbij van harte uitgenodigd.
Het begint met mijn betovergrootvader Johannes Gerardus Buijvoets, geboren in 1792 te Neerpelt en zesde generatie nakomeling van Antonius Buijvoets, gestorven tussen 1663 – 1698 in Neerpelt. Rond 1780 heeft het Prinsbisdom (Luik en Limburg), waar ook Neerpelt gelegen is, te lijden onder tegenvallende oogsten. Hierdoor begint het volk te morren en rond 1789 kwamen de geruchten over de bestorming van de Bastille ten gehore van de inwoners van het Prinsbisdom, die net als hun Parijse medeburgers de gelijkheid van alle burgers eisten. Rond 1790 dringen de Oostenrijkers via Nederland het Prinsbisdom binnen. Om een lang verhaal kort te houden, het Prinsbisdom kan de tegenstanders de kop indrukken (waarschijnlijk vooral letterlijk) en slagen erin de macht te herstellen, met als bijkomend voordeel dat de revolutionairen naar Frankrijk vluchten. Nadeel was echter dat die revolutionairen erin slagen gehoord te worden
door Parijs, met als gevolg dat Frankrijk een oorlog begint tegen
Oostenrijks Nederland en het Prinsbisdom Luik. Rond 1795 kunnen we zeggen
dat zowel Oostenrijks Nederland als het Prinsbisdom bij Frankrijk hoorde. Vervolgens komt de periode van de Boerenkrijg (de Brigands). Een groep van opstandelingen die onder het Franse juk uit willen beginnen opstanden te organiseren tegen het Franse regime. Eerst in Vlaanderen, later ook in Belgisch Limburg. Zij werden in 1798 (in Hasselt) door de Fransen overwonnen. De Fransen slaagden er echter niet in het departement van de Nedermaas om te bouwen tot een bloeiende regio, het bleef arm. Pas rond 1814 verlieten de Fransen deze regio's (Slag van Waterloo) en lieten de macht voorlopig over aan de Russen (eigenlijk de Verbonden Mogendheden). Probleem was te weten aan wie het departement van de Nedermaas toebehoorde. Het Prinsbisdom bestond niet meer en Oostenrijk had van haar recht afstand gedaan. Willem I zag zijn kans schoon om het betwistte Limburg op te eisen. Vermits dat Engeland de belangrijkste macht was in Europa (Wellington had Napoleon op eigen terrein verslagen) en Engeland vooral wilde verhinderen dat 'België-avant-la-lettre' ooit terug bij Frankrijk viel. Als onafhankelijke staat werd het namelijk te zwak geacht tegen het machtige Frankrijk. Zo wees o.a. Engeland 'België' toe aan Willem I. (de Tractaten van Wenen). Willem I doopt Nedermaas om in Limburg. In 1828 liepen de spanningen tussen tussen het Noorden en het Zuiden erg hoog op, het was vooral de Limburgse provincie die een voortrekkersrol speelde tegen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Na de voorstelling van de Stoome van Portici breekt de Belgische Revolutie uit. In 1830 ontstaat uiteindelijk het Koninkrijk België. In deze onrustige periode is Johannes Gerardus Buijvoets als koperslager-teut actief in Twente. Veel van onze voorvaderen vertrokken als teuten vanuit Neerpelt naar het Noorden (naar de calvinistische verenigde provinciëen). Men vertrok in de zomermaanden omdat er op de zanderige gronden niets te verdienen viel (geen landbouw , dus moesten zij rondreizende handelaren worden om te overleven). Het kan zijn dat de Franse overheersing en de daaropvolgende spanningen in zijn oorspronkelijke woongebied Johannes Gerardus Buijvoets niet bevielen en dat hij ook om die reden besluit zich definitief als kopersmid in het Twentse Ootmarsum te vestigen. Wellicht kon hij goed met de "Tukkers" overweg en vond hij het een fraaie stek, want mooi is het er. Feit is dat hij op enig moment besluit zich in Ootmarsum te settelen en daar als kopersmid startte. De kopie van z'n trouwakte vermeldt als beroep koperslager. Dan zijn er de koperen tabaksdozen die mijn vader van zijn oom Bé kreeg en die door één van de voorouders- koperslagers zijn gemaakt. De teksten en afbeeldingen zijn door het vele poetsen helaas bijna verdwenen. Van één doos rest alléén het deksel, dat op zich gaaf is.
Op het deksel zijn minutieus in reliëf
veldslagen uitgewerkt die de “Siege der Russen über die Torcken”
weergeven. Het betreft veldslagen o.a. in “Chocaim”, “Tschesme”, de “Krim”
en “Toxiani”. Misschien kan een familielid met meer kennis van
geschiedenis mij vertellen wanneer deze hebben plaatsgevonden zodat ik wat
meer zekerheid heb over degene die dit mooie stuk werk vervaardigd zou
kunnen hebben. Voorlopig houd ik het er op dat het door Johannes Gerardus
gemaakt kán zijn.
Trouwakte van Johannes Gerardus Buijvoets met Aleida Maria Broekhuis
Wanneer ik de trouwakte wat nader bestudeer kan ik een glimlach niet onderdrukken. Misschien was Aleida Maria Broekhuis, 27(!) jaar jonger en geboren Ootmarsumse, wel de aanleiding om in deze plaats neer te strijken.
Op 12 oktober 1841 trouwen Johannes Gerardus Buijvoets en Aleida Maria Broekhuis. De trouwakte is ondertekend door haar vader en de getuigen - Hendrik Bentelink, timmerman, - Willem van Weersel, organist, - Jan Hermen Lohman, slotenmaker en - Bernardus Antonius Plutven ......?, kleermaker, allen uit Ootmarsum.
Bij mij thuis in de vensterbank staat een antieke tinnen kraantjeskan die al vele generaties in de familie is. Zou Aleida haar koffie nog uit deze kan hebben geschonken?
Zowaar komt via Jan Buijvoets uit Oeken nevenstaande afbeelding binnen van het echtpaar.
De volgende documenten zijn afkomstig uit de genealogische verzameling van Johannes Gerardus Buijvoets (15-1-1918/26-7-2000). Johannes Gerardus was burgemeester van Ambt Delden en is de vader van Jan Buijvoets uit Oeken. Vanwege de vele Johannes Gerardussen in onze familie noemen we hem in dit artikel J.G. Buijvoets. J.G. Buijvoets heeft enorm veel oorspronkelijke documenten gefotografeerd en als fotoafdruk in zijn verzameling opgenomen.
Aan J.G. Buijvoets en de tak Oss zal op onze website nog een apart artikel gewijd worden.
Stil gezeten hebben ze zeker niet, tussen 1844 en 1857 zetten ze maar liefst negen nakomelingen op de wereld. Wie de navolgende documenten goed bestudeert ziet dat het niet alleen voorspoed en geluk is geweest. Van de negen kinderen overlijden er maar liefst vier op zeer jonge leeftijd. Tragisch is ook het overlijden van Johannes Gerardus Buyvoets in december 1856. Zijn echtgenote is op dat moment hoogzwanger van hun laatste zoon Johannes Gerhardus Jozefus die op 16 februari 1857 ter wereld komt. De hieronder vermelde gegevens uit de kerkboeken zijn verwerkt in onze genealogische bestanden. Het waren ook de gegevens waarmee de Twentse familietak in Neerpelt door ons gekoppeld kon worden aan de tak van Stamvader Buijvoets. Voor het inzien van de originele handgeschreven genealogie klik hier Hieronder treft u de tekst uit bovenstaand document
in leesbare vorm aan.
Met Hendrikus Bernardus gaat dit verhaal straks verder, hij is namelijk mijn overgrootvader en was getrouwd met Maria Lavarre uit Lage (Pruissen). In de genealogische verzameling van J.G. Buijvoets treffen we de volgende notitie aan:
Voor degene die het originele in het Duits getypte genealogie wil zien: klik hier
Nadat hij in 1898 weduwnaar is geworden van
Wilhelmina Molmans trouwt hij Johanna Preller.
Bernardus Lambertus staat aan het begin van wat we in Twente de ‘Almelo-tak’ kunnen noemen (door de familieleden in Ootmarsum ook wel de ‘rijke tak’ genoemd omdat ze ‘goed boerende’ fabrikanten waren). Hij werd ook wel ‘B. L. B.’ genoemd. In Almelo startte hij een vleeswaren- en conservenfabriek. Op de site zullen we een apart artikel aan hem en de ‘Almelo-tak’ weiden. Bernardus Lambertus en zijn oudere broer Henricus Bernardus zorgen ervoor dat de Twente-tak niet uitsterft.
Anna Maria trouwt Everhardus Gerhardus Bloemen uit Ootmarsum. Van hen bijgaande bidprentjes.
Maria Elisabeth trouwt de Deventenaar Antonius Johannes Schoemaker. Ze sterven beiden in 1927, hieronder hun bidprentjes.
Johannes Gerhardus Jozefus droeg als Carmeliet de naam Broeder Romaeus
Nu maken we even een tussenstop voor een prachtige familiefoto
gemaakt in de zomer van 1914 in de tuin van het echtpaar H.B.
Buijvoets-Lavarre ter ere van hun 40 jarig huwelijk.
Omdat het via de computer moeilijk te ontcijferen is, hebben wij de foto bewerkt. Als men met de muis een familielid aanwijst verschijnt automatisch zijn nummer en naam in beeld. (Beweeg met de muis over de gezichten op de foto)
Hierna willen we ook nog even de aantekening op de achterkant van de groepsfoto goed leesbaar laten zien.
Uit de tekst op de achterkant van de groepsfoto valt af te leiden dat deze geschreven is door Sjef Buijvoets (de kleine jongen op de voorgrond). De naam van Sjef is volledig: Josephus Henricus Gerardus Antonius Buijvoets geboren 6 juli 1909 in Oss, gestorven 16 mei 1986 in San Francisco. De fotograaf had de regie kennelijk niet helemaal strak in handen want Rie Buijvoets (de kleine meid op de voorgrond) slaat op het moment van afdrukken maar eens flink aan het neuspeuteren. Kleine Rie heet voluit Maria Gertruda Francisca Buijvoets geboren in Oss op 23 september 1910. Beide kinderen zijn van Marinus Franciscus Buijvoets en Anna Maria Wagemakers uit Oss. De oplettende lezer zal opmerken dat het echtpaar in 1873 getrouwd is en dat hun 40 jarig huwelijk in 1913 gevierd zou moeten zijn. Ik ga echter af op een aantekening op een andere foto uit deze serie waar het huwelijksfeest in combinatie met het jaartal 1914 genoemd wordt. Mogelijk is dit een fout. We verklaren hieronder de personen op de foto. Dan volgt hier de CV van de familieleden op de groepsfoto:
Henricus Bernardus houdt de (ver)jaardagen van de
familie overigens goed bij. Voor het eerste blad uit de agenda:
klik hier In de map van J.G. Buijvoets troffen we een fotokopie aan van een handgeschreven verslag van een schaatswedstrijd uit 1897. Dit verslag komt uit de "Notulen der Vergaderingen van de Ootmarsumsche IJsclub, opgericht den 16 Januari 1879." In de map is het verslag
tegenover een brief van H.B. Buijvoets geplaatst. Ik vermoed dat dit niet
zonder reden is geweest omdat het geheel toch wel geordend bij elkaar
gebracht is. De handschriften lijken ook enigszins op elkaar, zeker als je
bedenkt dat tussen het verslag en de brief 36 jaar ligt. Verder weten we
dat in de zaak van H.B. Buijvoets schaatsen werden geslepen. Voor het originele verslag van de hardrijderij op de schaats: klik hier De vertaling luidt als volgt:
* Een remontoir is een soort horloge Bijgaand een brief van H.B. Buijvoets, geschreven op 27
januari 1333 en gericht aan zijn zoon Marinus (Franciscus, Oss).
Opmerkelijk is dat hij hier schrijft dat hij goed gezond is. De vertaling luidt als volgt:
Kleine Marietje in de brief is de dan net twee jaar oude Maria Gerritdina Wilhelmina (Riet) Buyvoets, oudste dochter van het echtpaar Buijvoets-Brevink. Jan in de brief is Johannes Gerardus Buijvoets, getrouwd met Johanna Maria Gerritdina Brevink. Vader Henricus Bernardus, al zeven jaar weduwnaar woont samen met dit echtpaar aan het Schoolplein (nu Oostwal) in Ootmarsum. Wanneer mijn vader een kleine maar scherpe familiefoto in sepiatinten uit zijn spullen te voorschijn tovert is mijn interesse direct gewekt. Vooral omdat hij alle personen op de foto nog van een naam kan voorzien. Ook komt er al gauw een prachtige foto van het echtpaar Buijvoets-Lavarre met hun hond te voorschijn via Jan Buijvoets uit Oeken (zoon van J.G. Buyvoets, oud burgermeester van Ambt-Delden).
Trouwakte Henricus Bernardus Buijvoets en Maria Lavarre.
Op 18 mei 1873 trouwden Henricus Bernardus Buijvoets en Maria Lavarre. Getuigen waren, Hendrikus Rouwers, grutter, Hendrikus Warnink, bakker, Jan Ossenvoort, tapper en Gerhardus Hofstee, houtdraaier van beroep, allen uit Ootmarsum. De vader van de bruidegom is dan reeds overleden. Aleida Maria Broekhuis heeft de akte nog wel ondertekend.
Links op deze foto staat hij dan, Henricus Bernardus. De foto is, zo blijkt uit notities op andere prenten uit deze serie, op 13 mei 1914 gemaakt in de tuin van de familie. Rechts naast hem zijn vrouw Maria Lavarre. Hun 40 jarige trouwdag was de aanleiding om een fotograaf uit te nodigen en de familie op "statieportretten" te laten vereeuwigen.
Van hen duiken ook vergeelde bidprentjes op. Maria Lavarre uit Lage, Pruissen. Pruissen… dat klinkt indrukwekkend, Lage is echter een bescheiden plaats aan de Dinkel net over de grens in Duitsland, zo'n 10 kilometer Noordelijk van Ootmarsum. Haar ouders baatten hier een café- annex boerenbedrijf uit. Het café (weliswaar in de jaren ‘50) zie ik terug in een oud fotoalbum, het werd op zondagse fietstochten nog wel eens aangedaan. Op onderstaande fotopagina uit een album van mijn ouders zien we de tweeling Herman en Jan (mijn vader) met hun respectievelijke verloofdes Diny en Toos tijdens een vakantiefietstochtje in 1955 in Lage.
De trouwakte van Henricus Bernardus vermeldt een beroep, óók dat van koperslager zoals zo vaak ambachten van vader op zoon overgingen. Hij heeft in elk geval als zodanig gewoond en gewerkt aan het Schoolplein, de latere Oostwal, in Ootmarsum. De foto is van vóór 1922 omdat we Gerhardus Marinus Everhardus (Gerrit / “Gait”, gestorven 16-3 1922) op deze prent terugzien.
Het bijschrift komt deels uit het boek "Ootmarsum vroeger…" van Ben Morshuis
Aardig om te weten is dat op de kaarsenbanken op het Hoogaltaar van De Onze Lieve Vrouwe- of Buitenkerk in Kampen zes koperen kandelaars uit 1887 moeten staan van deze firma Buyvoets (op de kopie hieronder verbasterd tot Buysvoet!) uit Ootmarsum. Mijn vader kreeg deze kopie, met plattegrond en beschrijving van de plek waar de kandelaars staan, enkele jaren geleden van een kennis.
De trouwbrief van 18 mei 1873 van Henricus Bernardus Buijvoets en Maria Lavarre.
De trouwbrief van 18 mei 1873 van Henricus Bernardus Buijvoets en Maria Lavarre. Op de trouwbrief zijn hun 7 kinderen bijgeschreven. Bij de op jonge leeftijd gestorven Gerhardus Marinus Everhardus staat ook een aantekening van zijn overlijdensdatum.
De navolgende documenten verschaffen ons nog wat informatie over de geboorten van de kinderen van het echtpaar Buijvoets-Lavarre.
Voor het inzien van het vervolg van de genealogie klik hier
De tekst letterlijk in leesbare vorm omgezet:
Op een familiefoto staan achter hun ouders de zeven kinderen keurig in zondagse kledij opgesteld.
Uiterst links op de foto Marinus Franciscus ofwel Rinus. Deze vertrekt op
Ook van deze zaak vinden we de volgende foto's terug in de boeken van Ben Morshuis.
Drie foto’s waarop de winkel van Harrie Buijvoets aan het kerkplein in Ootmarsum te zien zijn. Op de onderste foto het derde pand vanaf links. Het pand waarvan het zonnescherm is neergelaten is van slagerij Hendrik Steinmeijer.
In 1900 nam de Fanfare Caecilia uit Ootmarsum deel aan een concours in Zeist. Daarvan is deze foto gemaakt. Exact onder het bord “Ootmarsum Cecilia”, met trom, een jonge “Gait” Buijvoets.
Dit verhaal gaat nu verder bij mijn grootvader, Johannes Gerhardus Buijvoets.
Drie fotootjes heb ik van hem. Op één ervan zit hij met een aantal heren begin jaren dertig op het terras van hotel Tubantia in Ootmarsum. Mijn vader heeft met pen op de foto bij zijn vader (met pet) een kruisje gezet en het is verbazingwekkend hoeveel mijn vader nú, op 74 jarige leeftijd, op hem lijkt. De heren zitten in zondags pak genoeglijk aan een glas bier en een sigaar. Ook op de foto, links van hem, zijn broer Harrie (Henricus Gerhardus).
Het bijschrift van bovenstaande foto leen ik uit het boek "Ootmarsum in oude ansichten" van Ben Morshuis. “Herensoos? Was het een vergadering of zomaar een bijeenkomst? Hoe het ook zij, men kwam bijeen op het terras van hotel Tubantia, waar de klapstoeltjes klaarstonden. Anna serveerde donker bier en zette een kistje sigaren op tafel. In het begin van de jaren dertig was er van politieke meningsverschillen nog geen sprake. Dat zou helaas bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wel anders worden; ook bij enkele van deze heren. Van links naar rechts: Arnold Kip (hotelier), Anna, Harry Budde, S. Menco, Antoon Kip, J.B. Reuwer, Theo Budde, Harrie Buijvoets, Jan Buijvoets, Guus Brons, Louis Brons en Marinus Reuwer.” Opmerkelijk is dat in het origineel van de foto die ik heb de schaar is gezet. De meest linker persoon is van de foto verdwenen…
Op onderstaande foto zien we Johannes Gerhardus in werkkleding links op de foto. Let eens op de pet met het merktekentje voorop. Net om de boom kijkt oom Bé (Bernardus Johannes) de lens in. De tweede van rechts is Gait Buijvoets. De andere personen op de foto herkent mijn vader helaas niet meer.
Jan (Johannes Gerhardus) zet eind jaren twintig de zaak van zijn vader,die in 1933 overlijdt, aan het Schoolplein in Ootmarsum voort.
Hij is dan al sinds 1921 getrouwd met Johanna Maria Gerritdina Brevink. Ook hier een nogal opmerkelijk leeftijdsverschil van maar liefst 21 jaar in het voordeel van mijn grootmoeder.
Foto hiernaast: Johanna Maria Gerritdina Brevink
Foto hieronder: De trouwakte van het echtpaar Buijvoets-Brevink
Als goed Katholieken trouwen Johannes Gerhardus Buijvoets en Johanna Maria Gerritdina Brevink niet alleen voor de wet , maar op op 15 november 1921 ook voor de kerk in de R.K. Parochie H.Plechelmus in Rossum. Pastoor A.C. Dames tekent op de achterkant van het uittreksel als getuige van het huwelijk.
Foto hieronder: Een foto uit de jaren twintig van oom Bé.
Oom Bé, altijd ongetrouwd gebleven, zat ook in deze onderneming en de kost werd met van alles en nog wat verdiend. Natuurlijk als kopersmid, maar ook als loodgieter en fietsenmaker. Op zolder stond een grote machine waarop schaatsen werden geslepen en oom Bé rookte hammen en worsten, waar hij voor eigen gebruik nog wel eens een reep afsneed, voor de boeren uit de omtrek en stookte, illegaal, een eigen borrel. Stevige alcoholdampen stegen dan op uit het pand Buijvoets. Het gedistilleerd van eigen makelij werd getest op de boeren die zondags na de kerkdienst bij Buijvoets rond de grote potkachel plaatsnamen om bij te praten en hun rekeningen te betalen.
Naast het werk "aan huis" was er loodgieterswerk in de bouw waar ook aanverwante zaken zoals leidekkerswerk en het bewerken van zink werden gedaan. Men ging te voet naar een klus aan een huis of een kerktoren, ook in omliggende plaatsen zoals Almelo, Oldenzaal of Zenderen.
Tussen alle drukke werkzaamheden door sticht het echtpaar Buijvoets-Brevink een gezin met zeven kinderen, Harrie, Gerrit, Ben, Riet, de tweeling Herman en Jan en Annie.
Mijn grootvader maakte deze koperen kruik om het wiegje van de tweeling warm te houden. In de bodem staat hun geboortedatum. Er moet nog een tweede exemplaar in de familie zijn. Kostbaar koper werd niet weggegooid, basis van de kruik is een onderdeel van een defect geraakte waterpomp.
Hierboven een babyfoto van Herman en Jan (of is het andersom?).
Van de zonen (“de grote vijf” staat achterop geschreven) heb ik een foto die begin jaren dertig moet zijn genomen. Voor het ouderlijk huis zien we van links naar rechts Gerrit, Ben, Harrie, met daarvoor de tweeling Herman en Jan (op de nogal beschadigde foto is met pen een rood kruisje gezet, op de achterkant staat "x = volgens moeder Jan").
Zo gaat alles zijn gangetje in het gezin Buijvoets totdat mijn grootvader in september 1937 een ongeluk krijgt op een bouwplaats. Een val van een steiger verwondt hem en enkele dagen daarna overlijdt hij.
Nevenstaande portretfoto van Jan (Johannes Gerhardus) Buijvoets is na zijn overlijden deels getekend en geconstrueerd door een fotograaf uit Almelo om zo de familieleden toch een officieel portret te kunnen overhandigen.
Veel tijd om te rouwen was er niet, er waren immers zeven jonge kinderen en er moest een bedrijf draaiende worden gehouden. Annie Buijvoets, op dat moment nog een baby, wordt om de jonge weduwe Buijvoets te ontlasten bij familie in Brabant ondergebracht.
Oom Bé neemt vanaf dat moment de vaderrol binnen het gezin op als voogd. Een markante persoonlijkheid en onmisbaar in het bedrijf zo blijkt uit de vele verhalen die mijn vader over hem kan vertellen. Als de jongens naar een karwei gingen hoefden ze s’morgens slechts aan oom Bé door te geven waar ze naar toe vertrokken. Op zaterdag, als de werkbriefjes moesten worden ingevuld lepelde oom Bé alle benodigde gegevens van die week uit zijn hoofd op. De zaak wordt voortgezet onder de naam Fa. Weduwe J.G. Buyvoets.
Een naoorlogse enveloppe met deze firmanaam tref ik in een fotoalbum aan.
In elk geval betekent het dat de oudste zonen al vroeg in hun leven in de zaak aan de slag moeten. Aardig is de anekdote die Henrike (dochter van de oudste zoon Harrie, Henricus Bernardus Buijvoets) over haar vaders werkzaamheden weet op te dissen.
“Inderdaad heeft koper voor enkele Buijvoetsen wel wat betekend. Jan (Johannes Gerhardus Buyvoets, Heemstede) weet jij nog dat pappie een koperen dak voor een kerk in Zutphen heeft gemaakt? En dat wilde een pastoor graag gelijk groen hebben en hiervoor niet eerst jarenlang wachten. Nu schijnt urine een snelle groene patina te geven. Nu mogen jullie raden wie er hier een uitermate praktische oplossing voor heeft gevonden!”
Adreslijst uit het v.v.v. Boek 1948 van Ootmarsum (is het nu Buy- of Buijvoets?)
De oorlogsjaren herinnert mijn vader zich niet als bijzonder zwaar voor het gezin. Eten was er in elk geval altijd genoeg dankzij de rokerij en moestuin van oom Bé. Wél moeten in het verloop van de oorlogsjaren Harrie en Gerrit als oudste zonen onderduiken bij boerengezinnen in de omtrek om aan de Duitse Arbeidsdienst te ontsnappen. Zakelijk was het door de schaarste aan vooral koper, dat voor allerhande oorlogstuig nodig was, moeilijker. Ook andere gebruiksgoederen waar de familie in handelde, zoals radio's en fietsen, werden op een zeker moment door de bezetter in beslag genomen.
Een aantal aardige anekdotes uit die tijd die mijn vader me meermalen vertelde;
Eén ervan gaat over eten en is hilarisch. Het gaat over een varken dat in een winternacht bij een boer in Duitsland wordt gestolen. Het beest werd vastgebonden op een slee en onwetend van z'n lot al knorrend naar de werkplaats van Buijvoets gesmokkeld. Daar stond slager Steinmeijer al met de geslepen messen klaar. Besloten werd het beest met een voorhamer te "verdoven" voor de slacht kan beginnen. Dat ging echter niet helemaal goed. Het ziedende en krijsende beest ontsnapte uit de werkplaats de straten van Ootmarsum in, slager en andere aanwezigen in zijn kielzog…
Als de bezetter besluit tot inbeslagname van radiotoestellen wordt er een inzamelpunt voor radio's op het gemeentehuis ingericht. Aan de achterkant postten Harrie en Gerrit om de mooiste toestellen direct te confisqueren. De apparaten werden in het geniep naar de werkplaats gebracht en in zink verpakt dat dicht gesoldeerd werd. Zo werden de toestellen in de moestuin van oom Bé begraven in afwachting van betere tijden. Een prachtig toestel, van de Buijvoetsen zelf, kreeg een omdoos van de laatste resten koper dat ook aan elkaar werd gesoldeerd. Bij het opgraven na de bevrijding blijkt dat juist deze radio onherstelbaar beschadigd is door vocht omdat de soldeerverbindingen tussen het (edeler) koper het begeven hadden. Van de in zink verpakte toestellen konden de stekkers zo weer in het stopcontact.
Het laatste verhaal gaat over Herman Buijvoets, tweelingbroer van mijn vader. Het speelt in de nadagen van de oorlog en terugtrekkende Duitse soldaten trekken al door de straten van Ootmarsum, hun materieel achterlatend. Durfal Herman besluit autobanden te gaan stelen uit een legertruck die vlakbij de werkplaats is gestrand en kruipt in de laadbak. Juist op dat moment passeren enkele Duitse soldaten die, uit frustratie, hun machinegeweren legen en de truck met een salvo schoten doorboren. Herman is op tijd in een stapel banden in de truck gedoken wat hem het leven redt. Mijn vader rent, als getuige van het voorval, geheel overstuur naar zijn moeder en kan alleen nog maar uitbrengen; “oans Herman is dood, oans Herman is dood”. Terwijl hij nog staat te stamelen staat Herman reeds grijnzend achter hem, een aantal autobanden om zijn nek. De banden blijken later van een onmogelijke maat, ze passen op geen enkel voertuig.
Herman zien we ook terug op een foto in het boek "Mijn bevrijding". Op de foto in het midden van de pagina komt hij voorbij gerend.
In die chaotische dagen weet hij ook beslag te leggen op de vlag van het regiment dat Ootmarsum bevrijdde. Herman heeft deze vlag, tot hij in 1997 besluit hem aan de Gemeente Ootmarsum te schenken, iedere bevrijdingsdag trouw buiten gehangen. Het complete verhaal is terug te lezen in de krantenartikelen hieronder.
Klik op de kop van het artikel om het artikel te lezen.
Klik op de kop van het artikel om het artikel te lezen.
Ook zijn kort na de bevrijding enige tijd een aantal Canadese soldaten ingekwartierd in huize Buijvoets. Van één van hen tref ik in de spullen van mijn vader een ansichtkaart aan met zijn portret. Het is M.J. (Mike) Shields uit Ottawa. Op de achterkant in zijn handschrift: "My friend whom I shall see in Canada?" gedateerd 4-8 1945. Wanneer deze soldaten vertrekken blijft de Cocker Spaniel “Roy” die hen sinds de gevechten in Frankrijk gezelschap houdt achter bij het gezin Buijvoets.
Na de oorlog start men de firma weer op. In het kader van het Marshall-plan werden bedrijven door de geallieerden aan transportmiddelen geholpen. Zo toog mijn vader met zijn broer Harrie naar Den Haag om bij “Louwman & Parqui” een “Indian” motorfiets op te halen. De terugreis duurde lang; zo ongeveer om de 20 kilometer werd afgestapt om het zojuist verkregen vervoermiddel te bewonderen. Na een kwartiertje kijken, al mompelend “god wat mooi, wat mooi”, werd de reis dan weer hervat. Niet lang daarna arriveren ook twee “Willy’s” jeeps die door de jongens van een dichte cabine werden voorzien waarmee de mobiliteit van de firma verzekerd was.
Aardig is de anekdote over het eerste televisietoestel dat begin jaren ‘50 bij de firma Buijvoets arriveert. Dokter Wortelboer had op dat moment de primeur van het eerste particuliere tv-bezit in Ootmarsum. Ongetwijfeld onder het motto "zien doet verkopen" kreeg het apparaat, een hondenhok van Philips met een piepklein zwart-wit schermpje, bij Buijvoets een prominente plek in de etalage. Een antenne werd op het dak geplaatst en de familie nam in de verkoopruimte plaats voor het toestel op het meubilair dat uit de huiskamer was verhuisd. Herman zat op het dak en trachtte de antenne zo goed mogelijk op Hilversum te richten. Voor de etalageruit stond een flinke groep belangstellenden die tussen de hevige sneeuwbuien op het scherm een glimp van de eerste televisie uitzendingen probeerden op te vangen. Ondertussen kreeg Herman vanaf de straat aanwijzingen (iets noar links, iets noar rechts!) om met het bijdraaien van de antenne te proberen de beeldkwaliteit iets te verbeteren. Al gauw pendelde men tussen de dokter en “Bievoot” al naar gelang de beeldkwaliteit op één der adressen beter was.
De jaren ‘50 van wederopbouw, er wordt weer getrouwd en er worden weer kinderen op de wereld gezet. Uit de vele foto’s van het jonge kroost op de stoep bij Buijvoets aan het schoolplein selecteer ik er één. Op deze plaat zitten Ben en Annemiek Veldboer (zoon en dochter van Jan Veldboer en Riet Veldboer-Buijvoets) op de stoep voor het zojuist verbouwde winkelpand van Buijvoets. In de etalage al een ruime keuze aan wit- en bruingoed.
Bidprentje Bernardus Johannes
Maar in december 1958 sterft ook oom Bé. Mijn vader herinnert het zich als volgt. Hij ziet tegen de avond dat oom Bé onwel wordt en besluit zijn moeder te waarschuwen. De dokter wordt gebeld en iedereen naar huis geroepen. Terwijl dat gaande is opent oom Bé plotseling de ogen en zegt dat ze een dag te vroeg zijn en dat de familie maar even tot de andere dag moet wachten. De andere dag na het avondeten kondigt hij zelf z'n dood aan. Eerst toiletbezoek, daarna nog een borrel en dan zou het afgelopen zijn. De laatste borrel is hem niet meer gegund.
Toen ik op mijzelf ging wonen schonk mijn vader mij het zilveren zakhorloge van oom Bé, dat hij bij eenzelfde gelegenheid weer van zijn oom kreeg. In het deksel van het horloge van juwelier H.A. Hofland uit Denekamp staat de naam Buijvoets gegraveerd. Wijzerplaat en glas waren kapot, maar zijn inmiddels gerepareerd. Het uurwerk loopt tot op de dag van vandaag feilloos, welhaast symbolisch voor de onverzettelijkheid van de eerste eigenaar...
Zondags ging Bernardus Johannes steevast in het nette pak met kameraad Jan Berghuis (ook vrijgezel) een eind wandelen. Onderweg maakten de heren wat stops bij de café’s in de omtrek. Op de foto oom Bé, mét gleufhoed, in zondags pak startklaar voor de wandeling.
De zonen van Johannes Gerhardus (Jan) Buijvoets gaan eind jaren '50 langzaam maar zeker hun eigen weg.
Harrie Buijvoets ziet al vroeg de mogelijkheden van aardgas en begint met aannemer Hulsink het transportnet voor aardgas in Ootmarsum te ontwikkelen. Hulsink deed het grondwerk en Buijvoets het leidingnetwerk en de ombouw van butagas, waar men tot dan toe veelal op kookte, -toestellen naar aardgas. Ook het plaatsen van de meters werd door de Buijvoetsen verzorgd. De Ootmarsummer bevolking moest wel overtuigd worden om op aardgas over te stappen met de belofte dat de kosten voor hen niet zouden stijgen. Daarmee is het Gasbedrijf "Ootmarsum" geboren. Na het overlijden van Hulsink neemt Harrie Buijvoets het bedrijf geheel over. Na zijn overlijden is het bedrijf overgegaan naar de "Cogas". Een in memoriam uit een krant van 1977 leert me verder dat hij eind jaren '60 enige jaren raadslid en wethouder van de gemeente Ootmarsum is geweest. Ook was hij kerkbestuurder van de parochie Ootmarsum vanaf 1959. Als technisch kerkbestuurslid heeft hij veel bijgedragen aan de kerkrestauratie van de R.K. kerk Simon en Judas (1969-1974).
Hierboven het artikel en de overlijdensadvertenties in dezelfde krant, let op de slordige omgang met Y en IJ.
Gerrit gaat de kant op van de elektra. Het installatiebedrijf en lampenzaak worden tot op de dag van vandaag voortgezet door Gert-Jan Buijvoets.
Ben hielp al enige tijd in de kruidenierswinkel van Bank in Ootmarsum. Na zijn terugkomst als Indië-ganger begint hij een kruidenierszaak in Hengelo.
Herman Buijvoets werkt nog enige tijd in de zaak en is later werkzaam bij radiatorenfabriek Brugman in Tubbergen.
An blijft ook een beetje Brabantse en vestigt zich in Den Bosch waar ze in de verpleging werkt.
Riet trouwt met Jan Veldboer en blijft in Ootmarsum wonen. Aanvankelijk hebben ze een dranken-groothandel, later een midgetgolfbaan met horecagelegenheid in Ootmarsum.
Mijn eigen vader, Jan Buijvoets, is in de jaren vijftig werkzaam geweest bij de firma Buijvoets
Bijna alle zonen Buijvoets volgden nog het ambacht van hun (groot)vader.
Jan was een enorm liefhebber van motorfietsen (een tic die ik van hem heb meegekregen). Het begon al in de oorlogsjaren met een 98cc DKW die op zolder van huize Buijvoets gestald was om niet in handen van de bezetter te vallen. Regelmatig werd het ding daar gestart en de eerste meters gereden tot de tweetaktwalm doordrong tot de lager gelegen verdiepingen. Direct na de bevrijding was het zaak zo snel mogelijk een rijbewijs te halen. Na het onder toeziend oog van een rij-instructeur maken van een perfect “achtje” kon in Oldenzaal het felbegeerde document mee worden genomen. Vanaf die dag werden de wegen in Twente met diverse motorfietsen onveilig gemaakt.
Eén van de eerste ritten is een onfortuinlijke. In een flauwe bocht bij de “Nutter Es” klapt plots de jiffy-standaard uit waardoor motorfiets en berijder in de mestvaalt van een in de buitenbocht gelegen boerenerf belanden. De zachte landing zorgt ervoor dat een kwalijk riekende Jan de reis naar huis ongedeerd kan vervolgen. De H-D is echter krom en wordt ingeruild voor een “vers” krat met nieuwe onderdelen.
Op de foto de trotse bezitter van de zojuist gereedgekomen 750cc Harley-Davidson “Liberator” achter de werkplaats van Buijvoets midden jaren ‘50. Het bijschrift luidt triomfantelijk; “Hij rijdt!”
Eind jaren vijftig vertrekt Jan uit Ootmarsum en vestigt zich na wat omzwervingen in 1961 in Doetinchem waar hij als fitter in dienst komt bij het “Gemeente Gasbedrijf Doetinchem”. In 1989 neemt hij afscheid als opzichter. Ook is hij vanaf 1963 lid van de vrijwillige brandweer van Doetinchem, waar hij in 1985 afscheid neemt als plaatsvervangend commandant.
Oma Buijvoets-Brevink, voor haar een ereplaatsje aan het eind van dit artikel, overlijdt in 1970 in Ootmarsum. Op de foto ziet u haar in de vijftiger jaren met de eerste kleinkinderen (Jan en Annemiek Veldboer en Henrieke Buijvoets). In de deuropening van de winkel Toos Gaalman (mijn moeder). Helaas bewogen op deze foto, Diny Buijvoets-Kuppeveld.
Voor de liefhebbers; Tijdens het speuren op internet trof ik op de site van Birgit Bosch (Birgitta Anna Plechelma, Rossum 23-07-1958 www.flevoland.to/~birgit/ ) een stamboom aan van de Brevink's kant. Voor mij persoonlijk aardig om te zien dat Johanna Maria Gerritdina Brevink haar "roots" in de Achterhoek had, die mooie streek waar ik zelf geboren en getogen ben.
Bronnen:
|